Medicatie tot in de hersenen krijgen.
De hersenen zijn ons best beschermde orgaan. Maar diezelfde bescherming heeft een keerzijde: medicijnen komen er nauwelijks doorheen. Hoe krijgen we ze tóch op de juiste plek?
De hersenen worden afgeschermd door de schedel en door de bloed-hersenbarrière. Die laat maar heel selectief stoffen door. Goed, want zo blijven schadelijke stoffen buiten. Maar het houdt ook medicijnen tegen. Bij de behandeling van bijvoorbeeld dementie bereikt waarschijnlijk minder dan één procent van de toegediende medicatie de juiste plek. Daardoor moet er veel meer worden gegeven dan nodig, met bijwerkingen elders in het lichaam als gevolg.
Hoeveel medicatie precies aankomt, wisten we tot nu toe niet. En dus ook niet hoe doeltreffend een behandeling is of hoe je haar kunt verbeteren. Het Adore-onderzoek Crossing Barriers wil daar helderheid in brengen. Dat kan dankzij een ultragevoelige whole-body PET-scanner, tien keer gevoeliger dan een gewone. Daarmee volgen onderzoekers gemerkte medicijnen als een soort GPS-tracker door het hele lichaam: van top tot teen is te zien waar een stof naartoe gaat. Voor het eerst kunnen meerdere stoffen tegelijk worden gevolgd terwijl ze zich door de patiënt verplaatsen.

Even belangrijk is begrijpen hóe die barrière werkt. Dat hangt af van het samenspel tussen verschillende celtypes in de hersenen, het zogeheten micromilieu. Bij hersentumoren en aandoeningen als MS en Alzheimer raakt dat micromilieu ontregeld. In het Adore-project Over grenzen gaan vergelijken onderzoekers het micromilieu van gezonde mensen met dat van patiënten, om het onderliggende mechanisme te ontrafelen.
Samen richten beide projecten zich op het grensoverschrijdend verkeer in de hersenen. Begrijpen we hoeveel medicatie de barrière passeert en hoe, dan kan vervolgonderzoek mikken op de juiste dosering: behandelingen die sneller werken en minder bijwerkingen geven.